Categorie: "Perceptie"

Vogler, Campbell, Booker

De basisstructuur van verhalen is een soort van vast parcours, dat een hoofdrolspeler of speelster doorloopt. Gisteren vertelde schrijver Dick van den Heuvel in een workshop hoe belangrijk hij de basisstructuur vindt, en hoe dit hem inspireert bij het schrijven. De oorsprong van deze structuur ligt eigenlijk al in de oude Griekse mythen, waar dezelfde elementen telkens op vele verschillende manieren herhaald worden. Het is zeer interessant om te zien dat de held in feite altijd op weg gaat, of dit nu intern of letterlijk zo is, en een reis maakt door een nieuwe wereld. Dit kan een wereld van zijn eigen ervaring zijn, maar ook een wereld die werkelijk vreemd is zoals in vele sprookjes en films. Er zijn vele obstakels en beproevingen op zijn weg, die hij moet doorstaan. In Lord of the Rings gaat Frodo door de wereld om de ring terug te brengen naar Mordor en komt daardoor ook in een proces, tot hij uiteindelijk thuiskomt.In Assepoester geldt eigenlijk ook, dat de heldin haar ouderlijk huis verlaat, bij stiefzusters en stiefmoeders terecht komt, en opeens terechtkomt op het bal van de prins die (toevallig) een vrouw zoekt. Uiteindelijk komt een protagonist weer ‘thuis’ en soms betekent het letterlijk dat hij of zij volwassen is geworden.

foto: Joseph Campbell (bron: Wikipedia)

Voor wie zich helemaal wil verdiepen in de basisstructuur van verhalen, is er Joseph Campbells boek The Hero with the Thousand Faces, uit de jaren ’90. Maar er is ook een prachtig boek dat alle genres ook nog eens meeneemt en bol staat van de voorbeelden uit de literatuur, toneelwereld, filmwereld en bijbelverhalen namelijk Seven Basic Plots van de britse journalist Christopher Booker. Daarna lees je nooit meer op dezelfde manier een verhaal.

Taal en kleur

Onderzoek van de Universiteit van Hong Kong wees in 2008 al uit dat kleuren die bij ons gemakkelijk te benoemen zijn, zoals rood en blauw, sneller herkend worden, dan kleuren waar we niet echt woorden voor hebben. Dit bleek uit een onderzoek waarbij mensen verschillende kleuren moesten benoemen, door te beoordelen of het om twee dezelfde kleuren ging of over twee verschillende. Bij de bekende kleuren was dat geen probleem, bij kleuren die moeilijk te definieren zijn, kon men ook minder goed zien, of er verschil zat in de kleuren. De hersenen bleken kleur en taal met elkaar te combineren.

Je brein als GPS systeem

Er zijn volkeren zoals de Guugu Yimithirr uit Queensland, een aboriginal volk in Australie, die geen woorden hebben om plekken te benoemen zoals ‘voor’ en ‘achter’. In plaats daarvan zeggen zij ‘noordelijk’ of ‘zuidelijk’ en gebruiken ze woorden die richtingen aangeven. Je krijgt dan zinnen als: ‘er zit een mier op je noordelijke voet’ of’ het kind staat ten noorden van de boom…’ in plaats van ‘achter de boom. Het lijkt heel verwarrend maar de leden van deze stam hebben een perfect gevoel voor richting. Door de voortdurende noodzaak om te begrijpen wat de ander zegt, en doordat de ander het telkens maar heeft over richtingen, ontwikkelen ze van jongsaf aan de gewoonte om te bepalen welk orientatie-punt iets heeft. Er zijn meer voorbeelden te geven. Sommige volkeren ervaren de tijd heel anders. Volgens de filosofe Joke Hermsen kennen de Grieken niet het idee van de toekomst als ‘vooruit in de tijd’ maar denken ze dat de toekomst van achteren komt. Even omkijken dus, als je een plannetje maakt.