Een toilet wordt nooit bekakt

Vurreck, zág kaerel, ban
jeej ut?”
riep een zekere
Lodewijk van Avezaath ooit in een gelijknamig lied over de mores van
‘kakkers’. De chic van dit land vormen een apart clubje en
hebben ook hun eigen taal. Deze manier van praten omschrijft het
‘gemene volk’ wel eens als ‘praten met een hete aardappel in de
keel’. De taal van de adel en het oude geld is zeker geen Algemeen
Beschaafd Nederlands.

Een echte kakker
verbastert Leiden tot Leie en vriend tot vrind. Hij
moet niets, maar mot daarentegen vanalles. Verder lardeert hij
zijn taal met allerlei Franse bastaardontleningen. Een jonkheer die
in Leie met zijn vrinden heeft zitten pimpelen, is niet zat maar
après boire. En hij draagt -als het goed is- dessous
en geen ondergoed.

Maar de chic heeft
een hekel aan quasi-keurige woorden die wij gewone burgers gebruiken.
Hij draagt nooit over zijn dessous een pantalon, maar een
broek. Ook een colbertje en een stropdas zijn uit den boze. Doe maar
gewoon Jasje en dasje voor Jan-Diederik en Willem-Alexander.
Tenslotte gaan zulke dames en heren vooral nooit naar het toilet,
zoals Jan Rap en zijn maat. Een kakker doet het zijne op de plee.

Ook de
omgangsvormen van de upper class zijn anders dan die van de
kleine burgerij. Wij vinden het beleefd om mensen smakelijk eten te
wensen. Heren en dames van stand maken zelf wel uit of ze het eten
smakelijk vinden. Ook zeggen ze nooit “aangenaam” bij een
kennismaking. Wie zegt dat elke kennismaking aangenaam is?

Lees ook:NAC Breda heeft de langste!
Lees ook:Het heet niet voor niets ‘hartversterkertje’
Lees ook:ABN sterft uit
Lees ook:Nog meer boerka’s
Lees ook:Gedichten schrijven werkt niet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.