Spelling: veel geharrewar en weinig eenheid.

WEERT –
Er is aardig wat geharrewar de laatste
tijd over de spellingshervorming. Hier is niets nieuws aan. Sinds
onze taal een officiële spelling kent is er gezeur over de
regels. Verder was van de door de Taalunie zo gewenste spellingseenheid tussen Nederland en Vlaanderen zelden sprake.

De eerste die een officiële
spelling bedacht voor de Nederlandse taal was de Leidse hoogleraar
Matthijs Siegenbeek. Voor zijn tijd heerste er spellingsanarchie in de
Nederlanden. In 1804 voerde de Bataafsche Republiek, zoals het
huidige Nederland toen heette, Siegenbeeks regels in. Een uitvinding van hem was bijvoorbeeld de lange ij, die wij nu nog gebruiken.

Meteen was er protest tegen deze
spellingsregels. Aanvoerder was de toen beroemde dichter Willem Bilderdijk.
Hij wilde bijvoorbeeld dat ‘pligt’ als ‘plicht’ moest worden
geschreven en ‘kagchel’ als ‘kachel’. Heeft de geschiedenis hem
gelijk gegeven? Gedeeltelijk. Hij wilde bijvoorbeeld ook dat ‘haar’
‘hair’ moest worden en ‘antwoord’ moest veranderen in ‘andwoord’.

Willem Bilderdijk

Toen in 1830 de Belgen zich afscheidden
van het Koninkrijk der Nederlanden vonden ze daar de
Siegenbeek-spelling maar ‘Hollands’ en ‘protestants’. Van de eenheid
die de Taalunie nu nastreeft was zeker geen sprake. Tot 1844 hadden
de Vlamingen geen spelling meer.

Toen werd de spelling aangenomen die
een commissie, onder leiding van een Jan-Frans Willems, bedacht had.
Dit heette de Willems-spelling oftewel de commissie-spelling.
Overigens was de Willems-spelling niet veel anders dan die van
Siegenbeek.

Nederland en België bleven uit de
pas lopen tot 1883. Toen voerde Nederland de spelling van de
Nederlandse taalgeleerden M. de Vries en L.A. te Winkel. De Belgen
hielden zich al sinds 1864 aan die spelling, die in de jaren vijftig
van de negentiende eeuw al was ontwikkeld. Al in 1866 verscheen van
De Vries en Te Winkel de voorloper van het huidige Groene Boekje: de
Woordenlijst voor de spelling der Nederlandsche taal.

Tegen die spelling was ook weer
weerstand. Een tegenstander was ene R.A. Kollewijn, die in 1891 het
artikel Onze lastige spelling publiceerde. Hierin hamerde hij
op het belang van de uitspraak, die volgens hem belangrijk voor de
spelling moest zijn. ‘Mensch’ en ‘Nederlandsch’ moesten ‘mens’ en
‘Nederlands’ worden, ‘tragisch’ moest volgens hem als ‘tragies’
geschreven worden, en ‘makkelijk’ als ‘makkelik’.

De voorstellen van Kollewijn kregen
gehoor. Onderwijsminister Marchant voerde de meeste ideeën van
Kollewijn in het onderwijs in. België deed dit keer niet mee.
Weer werd het Nederlands in de twee landen op verschillende wijzen
gespeld. Tot 1947, toen Nederland in navolging van Vlaanderen een
compromis van de spellingen van De Vries/Te Winkel en Marchant
invoerde. In 1954 verscheen het eerste Groene Boekje.

Deze eenheid was echter maar
cosmetisch. Of kosmetisch? Veel woorden mochten op twee wijzes gespeld
worden. In Nederland wilde men zich afzetten tegen het Duits, dus
schreef men ‘congres’. Vlamingen wilden anders zijn dan hun
Franstalige landgenoten. Die schreven liever ‘kongres’. De landen
spraken af dat ‘congres’ de voorkeur had, maar dat andere ook wel
mocht. Er was dus wel degelijk een verschil tussen Nederland en
Vlaanderen!

Daar kwam in 1995, onder protest van
vooral Vlamingen, een einde aan. Nederland en Nederlandstalig België
zijn weer één. Tot komende zomer, als veel Nederlandse
media zich niet gaan houden aan de nieuwe spellingsregels en alle
Belgische wel.

‘Taaleenheid Nederland en Vlaanderen in gevaar’

Het verschil tussen het Groene en het Witte Boekje

Van
der Hoeven vindt commotie zwaar overdreven

Wit
Boekje bedreigt Groen Boekje

Lees ook:‘Taaleenheid Nederland en Vlaanderen in gevaar’
Lees ook:Wit Boekje bedreigt Groen Boekje
Lees ook:Het verschil tussen het Witte en het Groene Boekje
Lees ook:Na groen komt wit komt blauw
Lees ook:Gezeur geen reclame voor onze taal