Boeren hebben niets met boeren te maken

Voor onze agrarische medemens is het vervelend. Een boer is een ander woord voor ‘agrariër’. Maar tevens een ander woord voor ‘oprisping’. Waarom is dat? Komt dat, omdat boeren laten voortkomt uit boers gedrag? Maar er zijn toch zo veel welopgevoede boeren? En stadslui houden toch ook niet altijd hun spijsverteringsgassen binnen?

Wie er een paar woordenboeken op naslaat komt al snel tot de conclusie: puur toeval. ‘Boer’ als in ‘agrarier’ komt van het middelnederlandse gebuur, wat nu nog in veel dialecten ‘buurman’ betekent. Door een betekenisverschuiving heeft het woord de huidige betekenis gekregen. ‘Boer’ als in ‘oprisping’ is gewoon een klanknabootsing.

Kater

Er zijn nog meer van dit soort homoniemen. Woorden die een totaal andere oorsprong hebben, maar toevallig hetzelfde klinken. ‘Kater’ is de vermannelijking van het woord ‘kat’. Maar het is in de betekenis van ‘je slecht voelen na te veel alcohol ‘ een vernederlandsing van het Latijnse catarrhus. Dat betekent ‘het omlaagvloeien’, in dit geval van water uit de hersenen.

Hoe dat precies zit? Raadplege een medicus.

Lees ook:De inflatie van ‘traject’
Lees ook:Zo behaard als een deur of zo prachtig als een stier?
Lees ook:Fuck you is onbekend
Lees ook:Boeren willen taalvermogen tonen
Lees ook:Bos botst met ‘eigenstandig’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.