De oudste Nederlandse zin?

In de Abdij van Rochester (Kent,
Engeland) woonde rond 1100 een Vlaamse monnik. Waarschijnlijk sleet
hij zijn dagen met het kopiëren van boeken. Regelmatig moest hij
de ganzenveer, die hij als pen gebruikte, met een mesje bijsnijden.
Elke keer als hij dat gedaan had, probeerde hij de veer even uit op
een stuk oud perkament. Dan schreef hij een willekeurig zinnetje.
“Hebban olla uogala nestas uagunnan, hinase hic anda thu. Uuat
unbidan wi nu.”

“Wat betekent dat”, vroeg een
collega-monnik. De Vlaming schreef de vertaling op in het Latijn. Dat
begrepen zijn mede-kloosterlingen meteen. “Alle vogels zijn met hun
nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nog op?”
luidde de vertaling van het zinnetje in de moedertaal van de monnik
uit West-Vlaanderen.

De monniken kliederden het perkament
nog verder vol. Later werd dat blad ingebonden in een boek, als
schutblad. Het werd vergeten. Totdat in 1931 een taalonderzoeker het
terugvond in de universiteitsbibliotheek van Oxford. Vervolgens kreeg
het korte liefdesgedichtje de status van de eerste Nederlandse zin
ooit. Is dat terecht?

Nee. Ten eerste bestaat de discussie of
het wel Nederlands is. Sommige woorden uit de zin zijn meer Engels,
zoals ‘anda’. Dat lijkt meer op het Engelse and.
Hebben we hier te maken met Kents dialect? Nou nee, beweren sommige
taalkundigen, maar het West-Vlaams stond in die tijd dichter bij het
Engels dan bij het Nederlands. Het is allebei afkomstig van het
Ingweoons, het Noordzee-Germaans. Vandaar die Engelsachtige vorm.
Maar West-Vlaams rekenen we tot het Nederlands. Dus het is gewoon
Nederlands.

Maar laten we er
vanuit gaan dat het zinnetje Nederlands is. Dan is het niet het
oudste zinnetje. Er zijn namelijk honderden oud-Nederlandse teksten
overgeleverd uit de periode 750 – 1100. Taalkundigen noemen de
voorlopers van het Nederlands uit die tijd Oud-Nederfrankisch en Oud-
Nedersaksisch. Een Utrechtse doopgelofte uit het eind van de achtste
eeuw luidt bijvoorbeeld: “Gelobistu in Got alamehtigan fadaer?”
Bonifatius zou naar verluidt met deze “Geloof jij in God,
almachtige vader” in 754 de Dokkumers hebben geprobeerd te bekeren.
Hoe dat afliep, dat is een ander verhaal.

Over het algemeen
genomen zijn deze Oud-Nederfrankische en -Nedersaksische zinnen uit
de vroege Middeleeuwen echter niet heel spannend. Ze zijn van het
kaliber ‘een vis zwom in het water’ en ‘in de naam van de vader,
zoon, heilige geest, amen’. Literatuur en poëzie was vooral het
terrein van de (ongeletterde) minstrelen, die hun verhalen en
liederen mondeling overdroegen. ‘Hebban olla uogala…’ is dus wel
de eerste literaire zin in het Nederlands. De onbekende Vlaamse
monnik in Engeland heeft nooit geweten dat hij een primeur had.

Lees ook:Oudste ‘Nederlandse’ zin hoort niet in Nederlandse canon
Lees ook:Het Fries mag blijven van de rest van Nederland
Lees ook:Klikspaan durfde jongerentaal te gebruiken
Lees ook:Peter Koelewijn, de vader van de Nederrock
Lees ook:Vermeende stalker eist verhoor in West-Vlaams

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.