Bloemrijk Nederlands in snackbars

In snackbars is er op taalgebied genoeg te doen. De benaming van het etablissement alleen al. In Limburg heet het een frituur, in
Brabant heet het gewoon de fritesboer. Anderen noemen het weer cafetaria of
vetput. Kortom: Veel woorden voor deze vorm van horeca.

Eerder had ik het al over het verschil tussen ‘patat’ en ‘frites’.
Maar als de gele, vette aardappelstaafjes voorzien worden van saus, heet dat
ook per regio anders. Een ‘petatje oorlog’ in Amsterdam is iets anders dan een ‘frietje
oorlog’ in Maastricht. Probeer het zelf maar eens uit en laat je verrassen.

Toen ik voor het eerst in Limburg om een berenklauw vroeg,
werd ik ook aangekeken of ik een broodje brontosaurus bestelde. Deze in plakjes
gesneden gehaktbal, met uischijven geregen aan een satéstokje, heet daar
namelijk ‘spoetnik’. In andere regio’s heet hij berenhap of soms zelfs
berenlul.

In België kun je in elk frietkot of friture een mitraillette
krijgen. Dat is een stokbrood met een laag frites met veel saus en een
frikandel of een knakworst. In Nederland is deze zeer goed vullende hap nog
niet geïntroduceerd, maar misschien komt dat nog.

De snackwereld is misschien niet culinair hoogstaand, maar
is wel schatrijk aan taal. Kent iemand nog regionale namen voor snacks of
bepaalde manieren om frites klaar te maken? Reageer!

Lees ook:Bezuiden de patatgrens
Lees ook:Wel Serviërs, geen Belgiërs
Lees ook:Hotdog met curryketchup
Lees ook:Amby, de beschermde omgeving
Lees ook:‘Laat Van Gogh de tering krijgen’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.